Wat werd er veel gerouwd de afgelopen 2 weken. U bent dood, Johan Cruijff. En dat verdient aandacht. Terecht ook, u was (en bent) de grootste Nederlandse voetballer en waarschijnlijk ook die van Catalonië. Ook ik vond het jammer, maar in 2 weken heb ik meer over voetbal geleerd dan in jaren ervoor.

Dus eigenlijk zaten er ook voordelen aan. Ik weet niet of dat netjes is om te zeggen, maar u als voetbalkenner leerde me meer dan mijn trainers ooit zullen doen. En dat leerde ik niet in de afgelopen jaren, ik heb uw voetbalkunsten en leiderschap als trainer niet eens meegemaakt. Dat heb ik in twee weken tijd tot me genomen. Toen u dood ging bracht heel de wereld verhalen naar buiten over al uw uitspraken. Ik kan wel simpele gaan noemen, maar dat weet iedereen nu wel.

Deze dan: ‘Als je een speler niet dekt, dan kan hij ook niet uit de dekking lopen.’ Lees hem eens 3 keer. De eerste keer vraag je je af welke idioot er op een toetsenbord heeft lopen rammen, de tweede keer begint er iets te dagen en de derde keer vraag je je af hoe iemand zo geniaal kan zijn. Een soort mindfuck waar alleen Cruijff op kan komen. Maar deze is nog mooier:

‘Als mijn aanvaller één-tegen-één komt zeg ik altijd: “Laat het hem lekker uitzoeken.’ Dan zeggen de spelers: “We kunnen hem toch helpen?” Mijn antwoord is dan: ten eerste is de kans groot dat je in de weg loopt en bovendien trek je als tweede aanvaller een tweede verdediger mee en twee tegen twee is moeilijker dan één-tegen-één.’

Jarenlang ben ik mee naar voren gesprint, zodat mijn teamgenoot de bal kon afspelen. Dat deden ze niet – want ik zou hem overschieten, maar toch. En telkens trok ik een verdediger mee. Nu kan ik lekker blijven staan, scheelt weer wat adem. Geleerd van Johan Cruijff, zeg ik dan als ik op mijn flikker krijg.

Johan, ik hoop dat U over 10 jaar nog een keer dood gaat. Wat een wijsheden heeft u.

Advertenties