Hoofdcoach zijn in het betaalde voetbal is een van de mooiste, maar ook een van de zwaarste banen in de wereld. In de opportunistische voetbalwereld ben je vandaag de onaantastbare vorst van het land, morgen ineens de schlemiel die zijn koninkrijk moet verlaten. Je staat onder constante druk en moet verschrikkelijk moeilijke keuzes maken in zeer stressvolle situaties. Jij bent verantwoordelijk voor, maar ook afhankelijk van, de prestaties van een zooitje ongeregeld. Wanneer ben je nou een goede trainer?

Claudio Ranieri was vorig seizoen nog te oud voor het vak, maar staat nu met nagenoeg hetzelfde team bovenaan. Aan het begin van het seizoen stond de nu bejubelde Mauro Pochettino op de nominatie om na Rodgers de volgende te zijn die in Engeland de laan werd uitgestuurd. Onze eigen Guus Hiddink en Louis van Gaal konden er tot voor kort ook niet veel meer van, maar dat hoor je op het moment van schrijven niemand meer zeggen.

Na het ontslag van Rafael Benitez is het onder Zinedine Zidane niet veel beter gaan lopen bij Real Madrid, waar ze dit seizoen kunnen fluiten naar de titel. Jose Mourinho wordt door de kenners vaak bestempeld als een van de beste coaches ooit, maar de arme Portugees moest na 16 wedstrijden en een 16e plek Londen verlaten. Met de staart tussen de benen droop hij af en sindsdien slaapt hij elke nacht met zijn mobiel onder zijn kussen, hopend op een telefoontje uit Manchester. De o zo geliefde Pep Guardiola wordt alom bewonderd, maar heeft met een buitengewoon goed team in twee jaar tijd de Champions League niet veroverd. Iets wat zijn minder gewaardeerde voorganger Jupp Heynckes met een minder getalenteerd team wel flikte.

Het is een kleine stap, maar ook oer-Fries Henk de Jong gooide de handdoek in de ring. Het besef dat Cambuur gewoon over bar slecht spelersmateriaal beschikt was nu dan eindelijk ook bij hem doorgedrongen. En daar zit het hem volgens mij dan ook in. De trainer is er om de sfeer in de groep goed te houden en de spelers op de juiste positie te zetten. Zodra zij vrijgelaten worden op het veld slinkt de invloed van de coach naar ongeveer 0 procent.

Het zijn dus de spelers die van iemand een goede of slechte trainer maken en velen zeggen dan ook dat een trainer zo goed is als zijn materiaal. Zelf ben ik van mening dat geluk een hele grote factor speelt. Je moet maar net de mazzel hebben dat je sterspeler niet geblesseerd raakt of dat je keeper in de laatste minuut een ongelooflijke redding verricht. Maar wie weet wordt dat geluk wel afgedwongen door het vertrouwen van de manager?

Bepalen of iemand een goede manager is, is dus best lastig. Maar met bovenstaande informatie in acht nemend, durf ik te zeggen dat er in ieder geval één goede trainer rondloopt. Eigenlijk moet ik zeggen ‘rondligt’. Ik heb het over de eerder genoemde man met de gouden pik.

Advertenties