Een aantal opvallende Chinese transfers hebben heel voetballend Europa deze winter verbaasd. Jackson Martínez, vorig jaar nog dé aankoop van Atlético Madrid, vertrok voor 42 miljoen euro naar Guangzhou Evergrande en Liverpool-doelwit Alex Teixeira werd voor een recordbedrag van 50 miljoen euro gehaald door Jiangsu Suning. Hoe is de Chinese Super League zo ver gekomen, waar komen al die miljoenen vandaan en wie is de volgende grote ster die volgt?

Om te beginnen bestaat de Chinese Super League, die voor 2004 nog de Jia-A League genoemd werd, uit zestien teams. De televisierechten van de competitie (2016-2020) werden afgelopen jaar voor ongeveer een miljard verkocht. Het bekendste team is Guangzhou Evergrande, dat de competitie al vijf keer wist te winnen en vorig jaar FC Barcelona trof in de halve finale van het WK voor clubs. Ook mag de top drie elk jaar deelnemen aan de AFC Champions League (Azië en Australië).

De meeste teams, waaronder Evergrande, Jiangsu Suning , Hebei China Fortune en Shanghai Greenland Shenhua, worden gerund door rijke particuliere bedrijven uit China. Shanghai SIPG, met Asamoah Gyan als uithangbord, is de grote uitzondering. De ploeg van voormalig Engeland-bondscoach Sven-Göran Eriksson is namelijk van de overheid en heeft een marktwaarde van ruim 14 miljard euro. De particuliere bedrijven lijken niet zo maar van plan te zijn om klakkeloos geld in een club te steken, want ze verdienen juist geld door in voetbal te investeren.

Dat er zo veel particuliere bedrijven geïnteresseerd zijn in het Chinese voetbal komt mede door de president, Xi Jinping. Deze grote voetbalfan streeft naar een sportieve economie, waarin het spelletje steeds belangrijker wordt. Daar is hij zeker al een paar jaar mee bezig. Drie seizoenen terug werden Drogba en Anelka bijvoorbeeld al gehaald. Jinping heeft zijn volk beloofd om 20.000 voetbalvelden bij scholen aan te leggen, om extra talenten te kweken. In de toekomst is hij zelfs van plan om op een WK te bieden én het toernooi te winnen. Om laatstgenoemde waar te maken zal de man uit Beijing vermoedelijk nog even moeten trainen met de nationale selectie…

Het idee achter het halen van wereldspelers is dus nog niet zo verkeerd. Ook hoeven we niet bang te zijn dat er straks niets meer rondloopt in Europa, want in de CSL geldt de ‘4+1’ regel.  Dat houdt in dat er vier buitenlanders in één team mogen spelen, plus een speler uit een AFC-land. Voorbeelden van zulke landen zijn Australië, Rusland, Turkije en Israël.

De Australische Trent Sainsbury is een van die voorbeelden. Hij verruilde PEC Zwolle deze winter voor Jiangsu Suning. Behalve zijn salaris mag hij zich er nu ook op verheugen om samen te voetballen met Alex Teixeira en Ramires, die Chelsea verliet.

De kijkers zullen ook dit seizoen verwend worden door spelers als Guarín, Gervinho, Paulinho, Montero, Demba Ba, Papadopoulos, Burak Yilmaz en Mbia. Hoewel Falcao en Rooney nu gelinkt worden aan de CSL, zal nog maar moeten blijken wie de volgende ster is die zijn carrière gaat vervolgen in China.

Advertenties