Door Mitchell Weber

Daar was ‘ie weer afgelopen zondag. 65 minuten had hij op de bank gezeten, hij kreeg rust na het zware programma van de afgelopen weken, maar bij een 1-2 achterstand roept Mauricio Pochettino toch zijn naam. Het stadion gaat staan en scandeert zijn naam. De uitsupporter scanderen de naam van hun topschutter, ene Jamie Vardy, maar daar trekt hij zich niets van aan. Hij valt in, krijgt de aanvoerdersband en loopt naar zijn spitspositie. Voorovergebogen alsof hij een last van zijn rug heeft, maar zodra het fluitje klinkt volle bak.

Minuut 89, Danny Rose breekt door en forceert een penalty. Iedereen kijkt maar naar een man en hij weet wat hem te doen staat. Hij legt de bal neer, neemt een aanloop en schiet zonder twijfel richting de linkerhoek. Schmeichel duikt tevergeefs richting de hoek en White Hart Lane ontploft meermaals dankzij hem. Hij viert zijn goal een beetje ongemakkelijk, niet weten wat hij moet met de aandacht van zijn teamgenoten. Geen dansje en geen vaste routine, gewoon armen wijd en richting de cornervlag.

Hoe hij zijn goals viert, zo ziet alles eruit bij hem. Een beetje ongemakkelijk, bijna lomp loopt hij over het veld. Hij is geen technisch wonder en alles behalve snel, maar toch blijft hij scoren. Ooit was hij een eendagsvlieg, nu de toekomst van de spitspositie van het Engelse nationale team. De grote Alan Shearer weet het zeker, hij is ‘the real deal’. Nets trekt hij zich daarvan aan, hij wilt gewoon voor zijn Spurs spelen.

Harry Kane, rasvoetballer.

Advertenties