Door Frank van Ravenswaaij

Een doelpunt maken. Daar draait het allemaal om in het voetbal. Die leren bal in het netje leggen. Als dat je lukt ben je voor heel even het middelpunt van de belangstelling. Iedereen let op jou. Dan volgt een moeilijke beslissing: ‘Hoe ga ik juichen?’

Er zijn ontelbaar veel manieren om een doelpunt te vieren. Je ziet wel een verandering tussen vroeger en nu. Vroeger werd er vaak mooier gejuicht. Marco van Basten bijvoorbeeld. Twee armen in de lucht. Geen gekkigheid. Prachtig. Tegenwoordig wordt er steeds gekker gejuicht. Braziliaantjes die een maand van tevoren een dansje instuderen of spelers die 24 salto’s maken. Ben je nou voetballer of circusartiest?

Het lijkt wel of sommige spelers vergeten dat ze scoren. Dat ze enkel blij zijn dat ze hun kunstjes kunnen laten zien waar ze zo lang op hebben geoefend.

Dit weekend werd er door Sven van Beek getoond hoe het werkelijk moet. De verdediger maakte tegen Ajax zijn 3e doelpunt in zijn carrière. Eerder scoorde hij al tegen Standard Luik en PEC Zwolle.

Bij die drie goals juichte hij telkens hetzelfde. Met zijn armen gespreid als een vliegtuig rent hij op het legioen af. De vreugde en het fanatisme zijn van zijn gezicht af te scheppen. De energie en adrenaline giert door zijn lichaam. En hij schreeuwt nog harder dan de hele Kuip bij elkaar.

Hoe anders is de mandekker na afloop voor de camera. Hij komt over als een hele verlegen jongen zonder teksten. Geweldig om te zien hoe een op het eerste gezicht rustige jongen zó uit zijn dak kan gaan.

Sven van Beek juicht het mooiste van iedereen. Geen dansjes of koprollen, maar uit het hart. Alleen dat vingertje op je mond dit weekend Sven. Dat willen we de volgende keer niet meer zien.

Advertenties