Door Omar Siderius

Afgelopen weekend heb ik genoten. Ik heb met een leuter die halfstok was naar de televisie zitten kijken. Nee, niet naar de spectaculaire overwinning van Oranje op grootmacht Kazachstan, maar naar het WK rugby in Engeland. De wedstrijd Ierland-Frankrijk was werkelijk waar een visitekaartje voor de sport. Alles zat er in: passie, enorme vechtlust, topfitte spelers, verschrikkelijk hoog tempo, een doordachte tactiek en vooral heel veel sportiviteit. Dat laatste is iets waar wij in het voetbal nog heel veel van kunnen leren.

De bonkige oud-international Jayjay Boske zat aan tafel als analyticus en benadrukte keer op keer dat die sportiviteit doodnormaal is in de rugbywereld. Je bij de scheidsrechter excuseren nadat je het veld weer in mag na een tijdstraf gebeurt regelmatig. Er wordt überhaupt niet gediscussieerd met de scheidsrechter. Supporters zitten volledig gemengd in het stadion. Datzelfde publiek geeft de ‘man of the match’ na de wedstrijd een hartverwarmend applaus, ongeacht welk shirt hij aan heeft. Dit alles is volkomen ondenkbaar in het voetbal.

Al dat zachtaardige gedoe ging gelukkig niet ten koste van de felheid van de wedstrijd, in tegendeel zelfs. Er werden beuken uitgedeeld waarvan Neymar de Middellandse Zee in zou rollen. Ierland verloor drie spelers in de wedstrijd, maar er werd op niets of niemand gezeken. Het tempo bleef de gehele wedstrijd onverminderd hoog en hield me klaarwakker. In tegenstelling tot de afgelopen wedstrijden van Ajax, waar ik nog wel eens in slaap dommelde na een zwaar avondje stappen.

De oorzaak van de positieve aspecten van het rugby is natuurlijk niet makkelijk aan te wijzen. Wel denk ik dat het deels ligt aan de technologie die in het rugby wel wordt gebruikt en in het voetbal niet. Als het bijvoorbeeld voor de scheids niet goed te zien is of er een overtreding is gemaakt en of de bal wel of niet over de lijn is, wordt er gewoon gebruik gemaakt van de videoscheidsrechter. Even vijf seconden wachten en er wordt een rechtvaardige keuze gemaakt, wat ten goede komt voor de eerlijkheid van de sport en het gemekker tegen de scheids. Wellicht zullen supporters zich ook wat minder vijandig opstellen naar hun tegenstanders, maar ook naar hun eigen ploeg.

Met moeite mag er sinds kort doellijntechnologie in verschillende competities worden gebruikt van de FIFA. Dit is natuurlijk bij lange na niet genoeg om het spel zo eerlijk mogelijk te laten verlopen. De corrupte Sepp Blatter wuifde altijd, nadat hij eerst even aan zijn jeukende prostaat krabde, mogelijkheden tot technologie in het voetbal weg. Het zou de emotie uit het spel halen en dat is volgens hem juist het mooiste aan de sport.

Nu hij en zijn eveneens corrupte schoothondje Platini waarschijnlijk niet meer zullen terug komen in de top van de grootste voetbalorganisaties, roep ik de volgende baas op zo snel mogelijk gebruik te maken van de technologie die voor handen ligt. Zo zullen er niet meer onnodig glaszuivere goals worden afgekeurd en kunnen spelers die zich misdragen gelijk hun biezen pakken tijdens de wedstrijd. Hopelijk wordt het voetbal als dikke vinger naar Blatter een stuk emotioneler en zijn we op technologisch gebied niet meer het lachertje van de sportwereld.

Advertenties