In 2004 kende de Champions League een finale die nu nooit meer denkbaar zou zijn. AS Monaco trad in het Duitse Arena AufSchalke in Gelsenkirchen aan tegen FC Porto. De Franse ploeg, onder leiding van Didier Deschamps, kende enkele geweldige spelers. Gaël Givet, Patrice Evra, Ludovic Giuly en Fernando Morientes, terwijl ‘talent’ Emmanuel Adebayor 90 minuten op de bank zat.

Tegen de Portugezen hadden ze de hele wedstrijd lang niks te vertellen. De heren van José Mourinho maakten met een 0-3-overwinning gehakt van de Monegasken. Maar er stond een elftal, een goed elftal. Het had in de groepsfase 8-3 gewonnen van Deportivo de la Coruña, in de kwartfinale was het Real Madrid de baas en in de halve finale werd Chelsea verslagen.

Daarna zakte het weg. Ver weg. Waar het tussen 2006 en 2010 nog om plekken in de middenmoot van de ranglijst ging, was 2011 voor Monaco een dramatisch jaar. Een tijd lang stonden ze vlak boven de degradatiestreep, maar op de laatste dag kwam het daar alsnog onder. Op speeldag 38 kon zelfs nummer 10 Toulouse nog degraderen. Als Monaco in het eigen Stade Louis II zou winnen van Olympique Lyon, zou het in de Ligue 1 blijven. Het mocht niet zo zijn.

Het ging steeds verder bergafwaarts. Het was het seizoen 2011/2012 en Monaco stond wéér in een diep dal, ver onder de veilige plaatsen. Dimitri Rybolovlev had aan het begin van het seizoen al interesse getoond, maar dat aanbod was afgeslagen. Monaco zou het wel redden. Toen bleek dat de club graag in de buurt van de degradatiestreep bleef, werd de hulp van de rijke Rus toch maar ingeschakeld.

Rybolovlev haalde meteen Nacer Barazite (ja, die van Utrecht) en Nabil Dirar. De club eindigde als achtste en kon zonder zorgen weer een jaar in de Ligue 2 voetballen. De Rus bleef aankopen doen, waaronder Lucas Ocampos voor 11,5 miljoen. Dat zorgde voor promotie naar de Ligue 1. Inmiddels is het 2013/2014.

Een promotieclub, die meteen aan het doorpakken is. Falcao, João Moutinho, James Rodriguez, Ricardo Carvalho, Sergio Romero, Jérémy Toulalan, Anthony Martial én Éric Abidal werden gehaald. Goedemorgen zeg. Het werkte: de club eindigde tweede met 80 punten, enkel achter miljoenenploeg Paris Saint-Germain. Dus mocht het Europa in.

Even alles op een rijtje. Het was 2010/2011, Monaco degradeerde. Een jaar later werd het achtste in Ligue 2. In 2012/2013 promoveerde de club weer naar Ligue 1. Nu anderhalf seizoen in de Ligue 1, en in de kwartfinale van de Champions League. Maak mij maar gek hoor. Met geld kan alles, al-les. Dat is nu wel bewezen.

Hoewel de kans enorm klein is dat het gebeurd, 11 jaar later kan Monaco weer Porto treffen in de finale van de Champions League. Vorige week won Porto namelijk 4-0 van Basel, gisteren won Monaco op uitdoelpunten (1-3 in Londen, 0-2 in eigen huis) van Arsenal. Elf jaar, ondertussen degradeerde het en kocht het een miljoenenelftal. Het kan verkeren.

Advertenties